Open brief nav Rapport INTERVICT

27-01-2017

Open brief aan de Minister van Veiligheid en Justitie

Ministerie van Veiligheid en Justitie
Ter attentie van Zijne Excellentie Minister S. Blok
Postbus 20301
2500 EH Den Haag

Den Haag, 26 januari 2017

Geachte heer Blok,

Uit eigen ervaring weten de leden van de Landelijke Organisatie Verkeersslachtoffers (LOV) dat de straffen zoals die in Nederland worden toegekend aan daders van ernstige verkeersdelicten (soms zelf met de dood tot gevolg) als veel te laag worden ervaren. Zoals vaak gezegd wordt: het slachtoffer of diens nabestaande heeft levenslang en de dader loopt na de uitspraak van de rechter lachend de rechtszaal uit.

Nu uit recent onderzoek zoals dat - in opdracht van het Fonds Slachtofferhulp - werd uitgevoerd door de Universiteit van Tilburg blijkt dat maar liefst 65% van de slachtoffers van zware verkeersmisdrijven ontevreden is over de opgelegde ‘straffen’ wordt het tijd voor verandering.

Oorzaak van de te lage straffen is een aantal arresten door de Hoge Raad waarin sinds 2013 het begrip ‘roekeloosheid’ erg strikt wordt uitgelegd. Er zou pas sprake zijn van roekeloosheid wanneer de dader ‘welbewust onaanvaardbare risico’s heeft genomen met ernstige gevolgen, zwaar lichamelijk letsel of de dood van één of meerdere verkeersdeelnemers’.

Uit een persbericht van de Raad voor de Rechtspraak blijkt dat ook binnen de rechterlijke macht discussie is ontstaan of de Hoge Raad hierin niet te streng is: rechters kunnen hier echter niets aan veranderen, dat is aan de Hoge Raad of aan de wetgever.

Volgens de onderzoekers past gevaarzetting beter bij wat er feitelijk gebeurt bij een verkeersdelict. Een voordeel is dat opzettelijke gevaarzetting eenvoudiger te bewijzen zal zijn dan doodslag en roekeloosheid. De onderzoekers verwachten ook dat hiermee beter tegemoet gekomen kan worden aan de beleving en wensen van slachtoffers en nabestaanden.

Het Fonds Slachtofferhulp pleit dan ook voor een wetswijziging, die meer recht doet aan de ernst van de feiten, namelijk een gevaarzettingsartikel.

Op vragen zoals die over dit onderwerp op 24 januari jongstleden aan u in de Kamer werden gesteld, werd door u geen eenduidig antwoord gegeven. U stelt dat:
- áls blijkt dat er een probleem is met de straftoemeting bij ernstige verkeersdelicten en
- áls dit ook uit een nog af te ronden onderzoek van het WODC blijkt en
- áls de oorzaak hiervan de interpretatie van de Hoge Raad is, over het begrip ‘roekeloosheid’, en
- áls dit ook door de Raad voor de Rechtspraak als te knellend wordt ervaren

u dán mogelijk bereid bent om te bezien of een wetswijziging noodzakelijk is en of deze wetswijziging vervolgens mogelijk is. Dit antwoord is voor de slachtoffers van een verkeersongeval en nabestaanden zowel zeer teleurstellend als nietszeggend.

Onze vraag luidt dan ook:

Mocht uit het onderzoek van het WODC eveneens blijken dat er een probleem is met de straftoemeting, bent u dan bereid om de wet aan te passen?

Graag worden wij op korte termijn uitgenodigd voor een gesprek om de visie van de LOV op bovenstaande problematiek met u te delen.

Met vriendelijke groet,

Namens de LOV

Drs. Elly Winkel, Voorzitter LOV
Mr Yvonne Hooijenga, Juridisch adviseur LOV

Plaats reactie: