Verhaal Justin

Onze zoon Justin van Hemert is op 25 maart 2016 (goede vrijdag) bij een verkeersongeluk betrokken geraakt. Een automobilist wilde draaien op de weg en heeft Justin over het hoofd gezien.

Justin is nog naar het ziekenhuis gebracht en is daar aan zijn inwendig opgelopen letsel overleden.

Vanaf het eerste moment kregen wij het gevoel dat het politieonderzoek niet correct verliep. Dit werd veroorzaakt doordat een vriend van Justin, drie dagen na het ongeluk een onderdeel van Justin zijn helm in de greppel vindt.

Wij hebben toen gelijk een letselschadeadvocaat ingeschakeld, die een verzoek indiende dat wij een kopie van het politieonderzoek wilden hebben, zodra dit was afgerond. Als nabestaanden mogen ze je dat niet weigeren, de verzekeringspartij van de veroorzaker krijgt er namelijk ook een om te kijken of zij wel aansprakelijk kunnen worden gesteld?

Zelf hadden wij (April 2016) al iemand gesproken die bij Justin heeft gezeten tot het ambulancepersoneel kwam en deze gaf de opmerking, dat de chauffeur meteen na het ongeluk aan het bellen was. Dit vonden we toen niet vreemd, je denkt dat hij 112 heeft gebeld en daarna zijn familie dat er iets gebeurd is.

Na 9 maanden kregen wij uiteindelijk de kopie opgestuurd, kort hierna kreeg onze letselschadeadvocaat ook bericht dat de verzekeraar (van de veroorzaker) over ging tot het uitbetalen van de tot dan gemaakte kosten, hierdoor werd ons vermoeden bevestigt dat Justin geen schuld had aan dit ongeluk.

Met het doorlezen van het politierapport, kwamen wij er snel achter dat de politie steken had laten vallen, in het opnemen van de verklaring die de automobilist heeft gegeven. Deze gaf namelijk zijn mobile telefoon met zijn belgeschiedenis al in het scherm aan de agente, waarbij twee tijden werden genoteerd (15:00 uur inkomend en 18:05 uur uitgaand gesprek).

Het ongeluk heeft om 16:30 uur plaatsgevonden en dan vraagt een agent niet of hij geen hulpverleners moest bellen of zijn familie dat hij later komt. Ook bij de verklaring dat de automobilist slaaptabletten gebruikt, wordt er niet op geanticipeerd om een bloedproef te nemen, terwijl de verdovende middelen invloed op zijn rijgedrag kunnen hebben.

Agenten ter plekke hebben nog foto’s gemaakt waarbij de automobilist om 16:40 uur wordt gefotografeerd, waar hij in het bijzijn van een agente gewoon zit te bellen, dit verklaarde ook een getuige. Dus de automobilist had gesprekken uit zijn belgeschiedenis gewist, wat je alleen doet als je tijdens het ongeluk al aan het bellen was.

Begin december 2016 hebben we meteen een gesprek aangevraagd, bij de officier van Justitie om deze misstanden in het rapport te melden. Deze gaf aan dat ze een zendmastpeiling moesten gaan doen en het rapport eigenlijk niet compleet was. Dit belonderzoek en bloedproef kunnen cruciaal zijn in de dagvaarding die het O.M. kan sturen, want artikel 5 WVW is een verkeersongeluk, maar artikel 6 WVW betekend ook onzorgvuldig rijgedrag, waarbij een hogere straf kan worden opgelegd. Dat er geen bloedproef was genomen noemde hij spijtig, maar het belgedrag was belangrijker in deze zaak.

Juni 2017 krijgen wij een mededeling dat er een dagvaarding is uitgegaan met artikel 5 WVW en de zitting in september zou plaatsvinden. Onze advocaat en wij begrijpen niet dat er geen artikel 6 WVW gedagvaard is en vragen weer een gesprek aan, daaruit bleek dat de officier van Justitie niet op de hoogte was van deze dagvaarding en het dossier, 8 maanden in de kast heeft gelegen en geen verder onderzoek was gedaan.

Inmiddels was er per 1 december 2016 een nieuwe wet ingegaan, waarbij de belproviders nog maar 1 jaar de mobilebelgegevens hoeven te bewaren. Wij wisten dat toen nog niet en de officier van Justitie melde ons dat ook niet, maar gaf aan dat er met spoed onderzoek moest worden gedaan.

Naar verschillende gesprekken en mailverkeer, gaf het Openbaar Ministerie aan dat artikel 6 WVW een moeilijk verhaal werd omdat de zaak zo ingewikkeld was en artikel 5 WVW reëler was.

Gezien de fouten die het O.M. gemaakt heeft, hebben wij een schriftelijke slachtofferverklaring ingediend en deze moeten zij dan bij de officiële documenten doen van een onderzoek rapport. Zouden ze artikel 5WVW hanteren hadden wij namelijk ook geen spreekrecht en komt de zaak voor de politierechter, bij artikel 6 WVW komt de zaak voor de meervoudige kamer en buigen zich drie rechters over de zaak i.p.v. een rechter.

Uiteindelijk was het O.M. bereid om artikel 6 WVW te dagvaarden en subsidiair artikel 5 WVW. Tijdens de zitting gaf het O.M. voor het eerst toe, dat zij steken hebben laten vallen en de verdediging aangaf dat er zoveel fouten waren gemaakt dat zij zeer grote twijfel hadden aan het hele Politierapport?

Wat ook opviel was dat er totaal geen aandacht aan het VOA (verkeer Opsporing Analyse) rapport werd besteed, hieruit bleek echter dat alle stille getuigen (foto’s) verklaarde dat de automobilist niet dat aan het doen was, wat hij beweerde aan het doen te zijn tijdens de impact.

Omdat het O.M. niet kon bewijzen dat de automobilist onzorgvuldig rijgedrag heeft vertoond, kwam de uitspraak van de rechters in artikel 5 WVW terecht. Ook het fijt dat deze persoon 4 weken na het dood rijden van Justin weer een ongeluk had veroorzaakt, waarbij alcoholmisbruik werd bewezen, en deze zaak al voor was geweest. Mochten zij dat niet mee laten wegen.

De uitspraak was op 4 mei 2018, “40 uur voorwaardelijk taakstraf met een proeftijd van 2 jaar”. De automobilist liep grijnzend de zaal uit, het O.M. ging niet in hoger beroep, want om in Den Bosch weer over hun fouten te moeten praten had geen zin en de dossiers stapelde zich op bij het O.M.

Maar deze veelpleger zou het O.M. toch wel weer snel terugzien in de rechtbank, was een opmerking die, ons een geruststellend gevoel moest geven????

De boodschap die ik wil afgeven is, vertrouw niet teveel op het O.M., als zij fouten maken geven ze dat niet graag toe en zullen het altijd de moeilijke omstandigheden zijn, waardoor de zaak zo complex is.

Als nabestaande kun je hier weinig tegen doen, zelf heb ik een officiële klacht tegen het O.M. ingediend, dat zij nalatig zijn geweest in deze zaak. Hierdoor worden er met de betrokken personen gesprekken gevoerd en letten ze in de toekomst hopelijk beter op, waarmee ze bezig zijn?

Samenvattend: altijd een kopie van het politierapport opvragen, zo nodig via een advocaat. Bij artikel 5 WVW kun je een slachtofferverklaring indienen, let wel op (deze krijgt de tegenpartij ook ter inzage) neem bij gesprekken met het O.M. ook een advocaat mee, is altijd makkelijk als er juridische termen worden gebruikt.

Zo nodig hoop ik van u te horen.
Met vriendelijke groet,

Olaf van Hemert

(Vader van Justin)

Beste lezer,

Graag stel ik mij even aan u voor. Mijn naam is Olaf van Hemert, sinds kort bestuurslid van de LOV. Velen van u heb ik waarschijnlijk al gezien tijdens de Herdenking in middelburg.
Binnen de LOV zijn we altijd aan het kijken hoe de belangen van nabestaanden en slachtoffers verbeterd kunnen worden en werken we mee aan onderzoeken die leiden tot aanbevelingen aan de betreffende ministers.
Ik ben belast met het onderzoek naar fouten die bij onze achterban gemaakt zijn door politie en justitie. Omdat ik daar bij de dood van mijn zoon zelf mee te maken had doe ik dat maar al te graag.
Hieronder vertel ik u mijn verhaal.

Mocht u ook slechte ervaringen hebben die wij in onze aanbevelingen mee kunnen nemen dan hoor ik dat graag van u. Een e-mail aan info@l-o-v.nl is voldoende. U krijgt altijd antwoord.