Statuten

STATUTEN

NAAM, ZETEL EN DUUR.

Artikel 1.

1. De stichting is genaamd: Stichting Landelijke Organisatie Verkeersslachtoffers.

2. Zij heeft haar zetel in de gemeente ’s-Gravenhage.

3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

DOEL.

Artikel 2.

Artikel 2.

De stichting heeft ten doel:

het zich op landelijk niveau richten op de belangen van alle verkeersslachtoffers en nabestaanden van verkeersslachtoffers. Zij tracht haar doel te bereiken door:

1. zover dat in haar vermogen ligt verkeersslachtoffers en nabestaanden individueel waar nodig de helpende hand te bieden, zowel persoonlijk, telefonisch als per e-mail;

2. het bieden van een platform door het organiseren van lotgenotenbijeenkomsten waar lotgenoten hun verhaal kwijt kunnen, ervaringen kunnen worden uitgewisseld en

signalen over misstanden worden verzameld wat tevens gebeurt middels websitereacties, telefoon- en e-mailverkeer;

3. het verbeteren van de landelijke maatschappelijke positie van verkeersslachtoffers en nabestaanden door middel van het omzetten van de opgevangen signalen in duidelijke

boodschappen en adviezen naar beleidsmakers en media; en

4. het zich op landelijk niveau richten op preventie en verbetering van de verkeersveiligheid door contacten te onderhouden met beleidsmakers en media en ook

hier duidelijke signalen en adviezen af te geven.

De stichting heeft geen winstoogmerk.

VERMOGEN

-2-

Artikel 3.

Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:

- subsidies en donaties;

- revenuen uit haar activiteiten;

- hetgeen de stichting door erfstelling, legaat, schenking of op enigerlei andere wijze

verkrijgt.

BESTUUR

Artikel 4.

1. De stichting wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit tenminste drie leden. Het aantal bestuursleden wordt – met inachtneming van het hiervoor bepaalde – door het

bestuur met algemene stemmen vastgesteld.

2. Het bestuur (met uitzondering van het eerste bestuur, waarvan de leden in functie worden benoemd) kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een

penningmeester. Deze functies kunnen niet in één persoon worden verenigd.

3. Het bestuur is verplicht een (meerjarig) beleidsplan vast te stellen en dit beleidsplan actueel te houden. Dit plan geeft inzicht in het werk dat de stichting doet, de manier

waarop de stichting geld werft, de wijze waarop het vermogen wordt beheerd en hoe het vermogen wordt besteed.

4. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

5. Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken van de stichting afgesloten. Daaruit worden door het bestuur een balans en een staat van baten en lasten over het

geëindigde boekjaar opgemaakt, welke jaarstukken vervolgens door het bestuur worden vastgesteld, zulks met inachtneming van de terzake door de wet

voorgeschreven termijnen.

6. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze

werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te

bewaren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.

7. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden; aan hen kunnen wel onkostenvergoedingen en minimale vacatiegelden worden uitgekeerd. Alle

aan bestuursleden betaalde vergoedingen worden als zodanig in de jaarrekening opgenomen en toegelicht.

Artikel 5.

Het lidmaatschap van het bestuur eindigt door bedanken, door overlijden, door verklaring in staat van faillissement, door aanvrage van surseance van betaling, door ondercuratelestelling,

door ontslag door de Rechtbank, zomede door ontslag door het bestuur, dat daartoe dient te besluiten met volstrekte meerderheid van stemmen in een vergadering

waarin alle bestuursleden aanwezig zijn.

Artikel 6.

1. De bestuursleden worden benoemd door het bestuur. Een niet-voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.

2. Wanneer in het bestuur een vacature is ontstaan zal daarin door de overblijvende bestuursleden ten spoedigste worden voorzien door benoeming van een nieuw

bestuurslid, die als zodanig dezelfde functie zal bekleden als degene in wiens plaats hij werd benoemd.

3. Bij verschil van mening tussen de overblijvende bestuursleden omtrent de benoeming, alsmede wanneer te eniger tijd alle bestuursleden mochten komen te ontbreken en

voorts indien de overgebleven bestuursleden zouden nalaten binnen redelijke termijn in de vacature(s) te voorzien, zal de voorziening geschieden door de Rechtbank op verzoek

van iedere belanghebbende of op vordering van het Openbaar Ministerie.

Artikel 7.

1. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen, mits het besluit daartoe wordt

genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of door een schriftelijk gevolmachtigde vertegenwoordigd zijn.

2. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich

tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt, mits het besluit daartoe wordt genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders

aanwezig of door een schriftelijk gevolmachtigde vertegenwoordigd zijn.

3. Erfstellingen mogen slechts onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden aanvaard.

VERTEGENWOORDIGINGSBEVOEGDHEID

Artikel 8.

1. De voorzitter en de secretaris van het bestuur zijn belast met de uitvoering van de besluiten van het bestuur en de uitvoering van het beleidsplan. Zij vertegenwoordigen

gezamenlijk de stichting in en buiten rechte. Ingeval van ontstentenis of belet van de voorzitter of de secretaris wordt de stichting vertegenwoordigd door de voorzitter, casu

quo de secretaris tezamen met één ander lid van het bestuur.

Bij ontstentenis of belet van zowel de voorzitter als de secretaris wordt de stichting vertegenwoordigd door twee andere bestuursleden gezamenlijk, of, indien slechts een

ander bestuurslid in functie is, door dit bestuurslid. Onverminderd het vorenstaande is het bestuur van de stichting bevoegd tot vertegenwoordiging van de stichting in en

buiten rechte.

2. In alle gevallen waarin de stichting een tegenstrijdig belang heeft met een bestuurslid, kan de stichting niet door het betreffende bestuurslid worden vertegenwoordigd.

3. Het bestuur kan volmacht verlenen aan één of meer bestuursleden, alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

BESTUURSVERGADERINGEN

Artikel 9.

1. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of degene die hem als zodanig vervangt, ofwel tenminste twee bestuursleden dit gewenst acht(en).

2. De secretaris roept op tot de vergadering. Hij maakt van het ter vergadering verhandelde en beslotene notulen op, die door hem en de voorzitter worden

ondertekend. Fungeert de secretaris als voorzitter dan geschiedt het notuleren door de penningmeester.

Ieder lid van het bestuur heeft recht op een door de secretaris uit te reiken en door hem te ondertekenen kopie van de notulen.

3. De leden van het bestuur zijn bevoegd zich door een schriftelijk gevolmachtigde ter vergadering te doen vertegenwoordigen.

4. Het bestuur kan in een vergadering alleen besluiten nemen indien de meerderheid van de in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.

Artikel 10.

1. Het bestuur is bevoegd zowel in als buiten vergadering besluiten te nemen. In het laatste geval is daartoe vereist dat alle bestuursleden hun stem schriftelijk uitbrengen.

2. Tenzij in deze statuten anders wordt bepaald, worden besluiten genomen met volstrekte meerderheid van stemmen.

3. Stemming geschiedt mondeling, tenzij een bestuurslid schriftelijke stemming verlangt. Stemming bij acclamatie is geoorloofd indien geen der bestuursleden zich daartegen

verzet.

4. Mocht bij stemming over personen bij eerste stemming geen meerderheid worden verkregen, dan zal een nieuwe stemming plaats hebben. Indien ook dan geen

meerderheid verkregen wordt, zal bij een tussenstemming worden beslist tussen welke personen zal worden herstemd.Staken bij een tussenstemming of een herstemming de stemmen, dan beslist het lot
5. Indien een voorstel zaken betreft, wordt het bij staking van stemmen als verworpen beschouwd.

REGLEMENT

Artikel 11.

1. Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, die naar het oordeel van het bestuur (nadere) regeling behoeven.

2. Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.

4. Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 12

lid 1 van toepassing.

STATUTENWIJZIGING

Artikel 12.

1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Een besluit tot statutenwijziging behoeft ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen, in een vergadering, waarin ten minste twee/derde van de bestuursleden tegenwoordig of vertegenwoordigd is. Is niet twee/derde van de bestuursleden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan kan niet eerder dan twee, doch niet later dan vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden worden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde bestuursleden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen.

2. De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de akte van wijziging alsmede de

gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het openbaar register, gehouden door de Kamer van Koophandel.

ONTBINDING.

Artikel 13.

1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Op het daartoe te nemen besluit is toepasselijk hetgeen in artikel 12 van deze statuten is bepaald aangaande een besluit

tot wijziging van de statuten.

2. De stichting wordt bovendien ontbonden:

- door insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard of door de opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;

- door rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen.

VEREFFENING.

Artikel 14.

1. De vereffening geschiedt door het bestuur.

2. De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is.

3. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht.

4. Na betaling van alle schulden zullen de overgebleven bezittingen van de stichting worden uitgekeerd aan een door het bestuur aan te wijzen “Algemeen Nut Beogende

Instelling” met een gelijksoortige doelstelling.

SLOTBEPALINGEN.

Artikel 15.

a. In alle gevallen waarin door de statuten van de stichting niet wordt voorzien, beslist het bestuur.

b. Onder schriftelijk wordt in deze statuten mede verstaan: elk via de gangbare communicatiekanalen overgebracht bericht, dat elektronisch of op schrift kan worden

ontvangen, mits de identiteit van de verzender met afdoende zekerheid kan worden vastgesteld.

c. Het eerste boekjaar van de stichting zal eindigen op éénendertig december van het kalenderjaar waarin de stichting wordt opgericht.

d. De stichting meldt wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de status van “Algemeen Nut Beogende Instelling” bij de betreffende Belastingdienst.

Samenstelling eerste bestuur.

Tenslotte verklaarde de comparante dat tot eerste bestuurders van de stichting worden

benoemd:

1. de comparante, mevrouw Elisabeth Margaretha WINKEL, voornoemd, in de functie van

voorzitter;

2. Mw. M. van der Schoot. te 's Gravenhage, secretaris.

3. de heer Franciscus Louis Cornelius Maria HAMERS, wonende te 2552 AT 's-Gravenhage,

Loosduinse Hoofdstraat 1168, geboren te Breda op achtentwintig januari

negentienhonderd zesenveertig, in de functie van penningmeester.

Slot

Deze akte is verleden te 's-Gravenhage op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De verschenen persoon is mij, notaris, bekend. De inhoud van de akte is aan haar opgegeven en toegelicht. De verschenen persoon heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verlijden van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen en met de inhoud in te stemmen. Onmiddellijk daarna is de akte beperkt voorgelezen en door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.

(Volgt ondertekening)

UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT